Reactie NVDAT op opiniestuk Volkskrant

Als bestuur van de NVDAT schrokken wij enorm van het opiniestuk wat op 14 april in de Volkskrant is verschenen, doorgestuurd door een oplettend lid. Wij vonden het belangrijk om hierop inhoudelijk, in het belang van onze leden en beroepsgroep, op te reageren. Lees hieronder het opiniestuk dat wij aan de redactie van de Volkskrant hebben geschreven. 

Danstherapie behoort tot de Jeugdhulp
Door Chantal van Elswijk
(Voorzitter NVDAT- Nederlandse Vereniging voor Danstherapie)

“Gemeenten kunnen beter op lichte zorgvormen als danstherapie bezuinigen dan op bibliotheken” stelt mijnheer Verbon op 18 april jl. Hiermee wil hij oproepen tot debat over wat lichte en wat zware jeugdzorg is.

In dit stuk staan echter het hardnekkige misverstand dat danstherapie (een vorm van vaktherapie) lichte zorg is en dat deze hulp vanuit een vrijgevestigde praktijk lichte hulp is. Hiermee concludeert mijnheer Verbon dat danstherapie dus niet binnen de jeugdhulp hoort. Maar niets is minder waar.

De vaktherapeut is één van de categorieën hulpverleners die een rol speelt in de brede jeugdhulp. Vaktherapie wordt aangeboden in de jeugdhulp bij de Jeugd GGZ, de kinder- en jeugdpsychiatrie, jeugdzorg (plus), pleegzorg, de gehandicaptenzorg. Vaktherapeuten zijn werkzaam binnen de jeugdhulp in instellingen en vanuit vrijgevestigde praktijken.

Vaktherapeuten worden expliciet genoemd in het de handreiking ‘De juiste professional op de juiste plek’ van de Samenwerkende Beroepsverenigingen (2021): “Voor vaktherapeuten geldt dat zij een eigen specialisme hebben, over de juiste expertise beschikken en vakbekwaam zijn. […] Vaktherapie is breed inzetbaar: bij complexe problematiek (met of zonder diagnose), enkelvoudige problematiek of preventief.” Vaktherapeuten, en hiermee ook danstherapeuten, hebben een NVAO-erkende HBO- of Master-opleiding gedaan en hebben een eigen beroepsvereniging met kwaliteitsregister, het Register Vaktherapie. Kortom, vaktherapeuten zijn reguliere zorgprofessionals.

De stelling van mijnheer Verbon dat danstherapie alleen geboden wordt aan rijke kinderen met lichte problemen is een onjuiste framing van deze vorm van hulpverlening. Het is belangrijk niet de vergissing te maken dat vrijgevestigde praktijken enkel de zogenaamde lichte hulp aanbieden.

Lichte en zware zorg gaat over de aard en ernst van de problematiek, maar staat los van de zorgvorm die geboden wordt. Kinderen en jongeren die wegens de aard en ernst van hun problematiek toegang krijgen tot de jeugdhulp, verdienen een breed palet aan hulpvormen zodat er voor iedereen passende hulp beschikbaar is. Vaktherapie is vanwege het non-verbale en ervaringsgerichte karakter bijzonder geschikt voor jeugdigen, die vaak nog onvoldoende taal tot hun beschikking hebben om zich verbaal te uiten of niet over hun problemen willen praten. Juist spel, muziek, tekenen of bewegen sluit aan op de natuurlijke ontwikkeling en uitingsvorm van kinderen en jeugdigen. Vaktherapie is dus een bij uitstek passende vorm van therapie voor kinderen en jongeren die onvoldoende profiteren van de meer verbaal-cognitieve behandeling bij de GZ-psycholoog. Dit kan zijn omdat ze daar nog te jong voor zijn, vanwege hun problematiek of hun karakter.

Ook vrijgevestigde vaktherapeuten bieden behandelingen aan jeugdigen en hun ouders met een complexe hulpvraag/problematiek, zoals autisme, verstandelijke beperking, vroegkinderlijk trauma.

De inzet van vrijgevestigden sluit aan bij de uitgangspunten van de Jeugdwet: eerder de juiste hulp op maat om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor de (kosten)effectiviteit van de geboden hulp en hulp aan gezinnen. Deze praktijken kunnen maatwerk bieden en waar nodig samenwerken met scholen en andere jeugdprofessionals, stelt de eerder genoemde handreiking van de Samenwerkende Beroepsverenigingen. De vrijgevestigde vaktherapeuten dragen er binnen de jeugdhulp aan bij dat kinderen passende behandeling krijgen, ook als zij flink in de knel zitten, zonder dat zij een DSM-classificatie hoeven te krijgen die zij de rest van hun leven met zich meedragen. Hierdoor dragen vaktherapeuten bij aan het normaliseren van hulpvragen. Dit scheelt mogelijk verwijzingen naar de JGGZ. In plaats van op vrijgevestigde vaktherapie te willen bezuinigen, zou deze hulp dus juist nog meer ingezet moeten worden.

Meer informatie is over vaktherapie is te vinden op de website www.vaktherapie.nl en de website van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen: https://fvb.vaktherapie.nl/contact-en-meer/voor-gemeenten